Strategische activiteiten
De strategische activiteiten in 2025 bouwen voort op fundamentele inzichten die binnen Oncode Institute zijn ontwikkeld.
CPoC-programma
Binnen het Clinical Proof of Concept (CPoC)-programma ondersteunt het OEDES-team (Oncode Exploratory Development Expert Support) onderzoekers en clinici bij de ontwikkeling van veelbelovende projecten van lab naar klinische studie.
De drie geselecteerde projecten in 2025, onder leiding van onderstaande Oncode Investigators, richten zich op het versnellen van innovatieve toepassingen voor patiënten:
- Geert Litjens: AI-ondersteuning om Mohs-chirurgie bij huidkanker sneller en toegankelijker te maken.
- Wouter de Laat: Een volledig niet-invasieve prenatale genetische test voor families met erfelijke kanker.
- Wilbert Zwart: Corticosteroïden inzetten om hormoontherapie bij uitgezaaide borstkanker opnieuw effectief te maken.
Inzicht dankzij patiënten
Ook investeerde Oncode Institute in het vroegtijdig inzichtelijk maken van de waarde van innovaties voor patiënten en zorgsystemen. Voor meerdere CPoC-projecten onderzochten we hoe nieuwe behandelingen kunnen bijdragen aan betere en betaalbare zorg, en welke ontwikkelroute de grootste kans biedt op succesvolle toepassing in de praktijk. Inmiddels werkt 23% van de onderzoeksgroepen structureel samen met patiëntvertegenwoordigers, die meedenken over onderzoeksopzet, prioriteiten en de relevantie van studies voor de praktijk, en nieuwe perspectieven inbrengen.
Bijeenkomsten
Tijdens verschillende bijeenkomsten presenteerden patiëntenvertegenwoordigers hun visies en ervaringen. Zij gingen in gesprek met onderzoekers tijdens de Annual Meeting, het Oncode Investigator-diner en andere events. Ook buiten Oncode Institute werd deze aanpak gedeeld, bijvoorbeeld tijdens een lunchmeeting bij ZonMw, waar Oncode Institute samen met onderzoekers en een patiëntvertegenwoordiger toelichtte hoe patiëntparticipatie structureel wordt ingebed in onderzoek.
Klinische workshops
Om de verbinding tussen onderzoek en klinische praktijk te versterken, organiseerde Oncode Institute in 2025 twee klinische workshops, gericht op zeldzame vormen van kanker, zoals myelodysplastisch syndroom. Het doel van deze bijeenkomsten was om de uitdagingen in de kliniek en nieuwe inzichten en technologieën in het lab te presenteren en routes te bespreken die bijdragen aan nieuwe tools voor de patiënt.
Portfolio
Het klinische portfolio omvat inmiddels een brede mix van potentieel nieuwe therapieën, combinaties van bestaande medicijnen, drug repurposing-strategieën, optimalisatie van behandelprotocollen en diagnostische testen. Deze zijn gericht op zowel veelvoorkomende als zeldzame kankers, waaronder kinderkanker.
Wilbert Zwart
Oncode Investigator
Corticosteroïden, waaronder cortisol, kunnen bij muizen de gevoeligheid voor hormoontherapie weer activeren. De behandeling bootste in wezen de effecten van een streng dieet na, zonder dat er sprake hoefde te zijn van caloriebeperking, ontdekte Wilbert Zwart, Oncode Investigator en onderzoeker bij het Nederlands Kanker Instituut (NKI).
“Deze bevindingen suggereren dat we mogelijk een nieuwe toepassing hebben ontdekt voor dit veelgebruikte en goedkope medicijn, dat intensievere, dure behandelingen zou kunnen vervangen of uitstellen”, zegt Zwart. “Zonder Oncode Institute zouden dit onderzoek en de snelle klinische vertaling ervan simpelweg niet hebben plaatsgevonden. Dankzij het CPoC-programma konden we onze ontdekking snel omzetten in een klinische studie, met als doel de behandelingsopties voor patiënten te verbeteren met behulp van goedkope, beproefde medicijnen.”
Resultaten
Het moment waarop een wetenschappelijke ontdekking de klinische ontwikkelingsfase bereikt, is een belangrijke mijlpaal in het vertalen naar een toepassing voor patiënten. In 2025 werden twee CPoC-studies afgerond. Een daarvan was onder leiding van Hugo Snippert, die samen met zijn collega’s binnen de RASTRIC-trial een nieuwe behandelstrategie ontwikkelde voor RAS-gemuteerde darmkanker. Dit onderzoek is gebaseerd op organoïden-onderzoek en combinatietherapie. Hoewel de klinische resultaten beperkt waren, leverde de studie belangrijke inzichten op in therapieresistentie. De studie liet zien hoe fundamenteel onderzoek, patiëntmodellen en klinische studies elkaar kunnen versterken in de ontwikkeling van toekomstige kankerbehandelingen.
Edwin Cuppen
hoogleraar Humane Genetica aan het UMC Utrecht en wetenschappelijk directeur van Hartwig Medical Foundation over de CPoC-studie van Hugo Snippert:
“Zelfs als de resultaten niet zijn wat we aanvankelijk hadden gehoopt, leveren deze onderzoeken essentiële inzichten op die helpen bij het ontwikkelen van de volgende generatie kankerbehandelingen.”
Impact & toekomst
De weg naar impact werd concreet zichtbaar in de verdere groei van het klinische portfolio. Inmiddels bevat die 22 innovaties in de klinische ontwikkelingsfase, variërend van nieuwe vormen van immunotherapie en precisiediagnostiek tot technologieën voor vroegdetectie en doelgerichte behandeling van kanker. Daarmee komen nieuwe behandelstrategieën steeds dichter bij toepassing voor patiënten.
Deze ontwikkelingen laten zien dat we impact op gezondheid niet alleen bereiken door nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen, maar ook met innovaties die bijdragen aan doelmatigere en houdbare zorg. Dit onderwerp wordt steeds belangrijker door de toenemende zorgvraag, stijgende kosten en beperkte bereikbaarheid van personeel. In dit licht wordt het steeds belangrijker om wetenschappelijke kennis niet alleen te vertalen naar nieuwe geneesmiddelen, maar ook naar slimmere en effectievere zorg. Daarmee groeit ook het belang van een bredere benadering van valorisatie, waarin ook het maatschappelijk verdienmodel een rol speelt.
Voorbeelden hiervan zijn het onderzoek van Jacco van Rheenen naar beter getimede chemotherapie op basis van hormonale cycli, werk van Wilbert Zwart naar nieuwe toepassingen van bestaande geneesmiddelen,
het onderzoek van Jeroen de Ridder naar AI-innovaties zoals Sturgeon, en het onderzoek van Geert Litjens, dat bijdraagt aan snellere en nauwkeurigere diagnostiek en efficiëntere operaties. Deze innovaties kunnen leiden tot betere behandeluitkomsten, minder complicaties, kortere wachttijden en doelmatiger inzet van zorgcapaciteit.
Wouter de Laat
Oncode Investigator
Wouter de Laat en zijn team streven naar een volledig niet-invasieve prenatale diagnostische bloedtest voor gezinnen met erfelijke kanker.
“Prenatale diagnostiek vereist momenteel een invasieve ingreep met een klein risico op een miskraam, en kan pas na 11 tot 12 weken worden uitgevoerd”, zegt hij. “Gezinnen zouden enorm baat hebben bij een niet-invasieve test, waarvoor alleen bloed van de moeder hoeft te worden afgenomen. Die test kan eerder worden aangeboden, rond week 8 tot 10. Ons doel is om een veilige, eenvoudige en toekomstbestendige methode te ontwikkelen die geschikt is voor alle koppels die risico lopen.”